Alsof het voor niets is

Bloemenweelde
Het is donderdagavond 3 juli en wijl de westerzon in alle hevigheid er haar laatste zonnestralen uitperst, vergezeld in de verte de start van het Rock Werchter concert mijn dagelijkse avondwandeling door de tuin.
Op anderhalve kilometer van mijn eigenste plek zitten-staan-liggen achtentachtigduizend mensen de sfeer en muziek op te snuiven die hun zomer 2014 onvergetelijk moeten maken. Why not? Ieder diertje zijn pleziertje, toch? Neen, niet alle diertjes. Die rosse, overvette, vadsige kater die mijn tuin onveilig maakt, gun ik zijn pleziertjes niet. Alsof het voor niets is, deponeert hij met veel gewroet zijn drollen tussen mijn tere, jonge groentenplantjes.
Sedert mijn ruim tachtigjarige buurman met zijn jachtgeweer het lokale luchtruim niet meer onveilig mag maken en zijn Mechelse herder naar de eeuwige jachtvelden verdween, is de ongelijke strijd met duiven en katers er niet op verbeterd.
Met mijn jonge appel-leibomen is het gelukkig heel wat beter gesteld. Nu de Oost-Indische kers volop bloeit en de bodem bedekt, is de luisaantasting op mijn appelbomen zo goed als verdwenen.
Niet moeilijk met de samenwerkingsverbanden die er in de natuur heersen. Mieren en bladluizen leven in symbiose. De luizen worden vervoerd door de mieren en in ruil mogen de mieren de luizen melken. De Oost-Indische kers trekt bladluizen aan en kan dus goed ingezet worden om luizen weg te houden van andere planten. Lieveheersbeestjes zijn roofdieren van (onder meer) bladluizen. Dus waar zie je veel Lieveheersbeestjes?
In dit complex samenspel krijgt ieder zijn deel en niemand gaat met de pluimen lopen. Kunnen wij, tweevoeters, wel iets van leren, denk ik dan.

Werchter, here we come!
3 juli 2005
Rock Werchter
Het witloof- en aspergedorpje Werchter heeft zich de voorbije week naarstig opgemaakt voor haar jaarlijks orgasme. Een dagenlang hectisch en luidruchtig geflikflooi dat afgerond wordt met een spetterend vuurwerk. Wie tekent daar niet voor?
Geen plekje Werchterse grond met enige grassprietjes rijk wordt ongemoeid gelaten. Vakkundig wordt alles gestroomlijnd en afgebakend voor de komst van tienduizenden rock- en plezierfanaten. Bier- en eettenten schieten plotseling als paddenstoelen uit de grond. Kilometers hekken worden aan elkaar gebreid om voortuintjes en ander privégoed te vrijwaren van ongewenste festivalgangers.
Eenmaal per jaar, vier dagen lang, van donderdag tot maandag, staat Werchter op de wereldkaart en kent de multiculturele-en-de- langharig-werkschuwtuig tolerantie geen grenzen. Geld is geld, als ’t maar euro’s zijn.
Al even vakkundig wordt na afloop het plastic drinkbekerstapijt opgeruimd dat de Werchterse straten centimeters dik heeft bedekt.
Maandagochtend kan iedere werkgrage burger terug ongestoord door Werchter zijn trektocht naar het werk vervolgen en vanaf maandagavond is Werchter terug het vergeten gat dat het altijd is geweest.
Vier dagen lang lijkt het Dijle-Demerdorpje in de greep van een horde uitgehongerde sprinkhanen, belust naar dat vrije zomergevoel waarbij elke (schoolse) frustratie kan worden afgegooid, gretig naar een fris zomerlief, op elkaar gestouwd in naar zeik stinkende campings, uitgedampt of bruingemodderd naargelang de stemming van de weergoden.
Wie het primitief tentgenot voor bekeken houdt en zich in meer comfortabele omstandigheden wil bezatten aan de hippe vrijbuiterssfeer kan met de nodige euro’s terecht in Hotel Werchter dat dit jaar voor de eerste keer zijn deuren opende.
Een kilometerslange karavaan van grotendeels gele nummerplaten schuifelt de eerste dag over de plaatselijke wegen richting Werchter. Geen autochtoon die daar moeite mee heeft, er zal genoeg lawaai zijn opdat niemand wakker hoeft te liggen van luidruchtige noorderburen.
Paartjes Friese ruiters, uitgerust met helm en wapenstok, tsjokken aan en af en geilen op de uitgelaten maar vredelievende meute.
Ik maak dit mierennest nu reeds vijfentwintig jaar mee op amper vijfhonderd meter van het epicentrum, als ’t ware zittend in de eerste loge van de voorstelling, maar ook vier dagen afgezonderd van de real world.
Bij de plaatselijke Delhaize loop ik gisteren een groepje net-uit-de-chirobroek-gegroeide gastjes tegen het lijf die een bierbak op het bagagerek van hun fiets proberen te rijgen. Vraagt er eentje uitgelaten: “Ga jij ook naar Werchter?”.
Zonder de waarheid geweld aan te doen, reageer ik nuchter: “Ik ga iedere dag naar Werchter”
Wauw, COOL!‘ klinkt het gemeend en begeesterd.

Alsof het voor niets is, leven wij ongebreideld het leven. De ene keer als zuigende mier, de andere keer als vervelende bladluis, soms als nuttig Lieveheersbeestje of zelfs als vadsige kater. Hedonistisch en ongegeneerd grijpen we naar alles wat de wereld ons te bieden heeft. Niets willen we missen en als ’t effe kan, willen we alles liever vandaag dan morgen.
Ik las een paar dagen terug: ‘Pluk de dag, maar laat iets hangen voor morgen
Daar zijn vandaag meer dan ooit voldoende redenen voor …

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s