Morgen komt ze terug

In oktober 2004 schreef ik een blog post rond de huiselijke toestand naar aanleiding van een weekje vakantie van mijn echtgenote. Het is na veertien jaar weer zo ver. Het woord ‘weer’ is een belachelijk woord gelet op de tijdspanne. Jammer genoeg is dat wel onze realiteit … Hier volgt een licht aangepaste versie op basis van de dag van heden.

Mijn vrouw is weg … voor een dag of acht.
Dat is niet de eerste keer, hopelijk niet de laatste keer, want dan wordt het echt een probleem.
Na één dag heerst er nog geen paniek in ’t achterblijvend huishouden. We houden ons sterk, we geven (voorlopig) geen krimp.
De planten krijgen water en de kiekens hoeven geen eten want daar heeft de vos en de marter voor gezorgd.
De kinderen gewassen en geschoren naar ’t school, warm en “deftig” eten op tafel (en op tijd en stond), afwassen, blauwe was op 40 graden, wol apart en zeker niet in de droogkast, soep meegeven aan de kinderen, propere kleren klaarleggen voor de jongste, helpen bij ’t huiswerk (Jezus Maria Jozef …), schoolagenda tekenen, schooltas tijdig uitmesten, turnzak maandag, zwemzak dinsdag, … Allemaal niet meer aan de orde want we zijn viertien jaar verder. Vandaag zijn er andere zaken die nauwlettend in de gaten moeten gehouden worden. Karditsel, Karditsel en nog eens Karditsel … en de hond.

Denk na, hou je hoofd erbij zodat je niet elke dag naar de winkel loopt.
Vooraf weten wat je gaat koken, is de helft van ’t werk.
En als er iets is dan bel je maar.

Ja, dat zal wel, en mij nog eens belachelijk maken ook zeker.
Dus niets aan de hand, alles verloopt naar wens zoals ze in Antwerpen altijd zeggen, als ik plichtsbewust elke avond exact om 19:00 uur een telefoontje pleeg met mijn wederhelft.
Wel mannen, tussen ons gezegd en gezwegen, ’t is draaien in vijfde vitesse en gas geven van ’s morgens tot ’s avonds.
Tegen volgende doderdagavond lig ik strijk, en ik ben nochthans ’t een en ’t ander gewend, al zeg ik het zelf.

Het doet een vent nadenken.
Veel tijd is daar niet voor, maar bij ’t roeren van bijvoorbeeld de witte saus voor de naar mijn oordeel stinkende bloemkool (opletten voor klonters) schieten er toch enkele minuten over voor diepzinnige reflectie.
Die reflectie leidt, ik kan er geen andere woorden voor vinden, tot gemeende nederigheid.
Wij, venten, weten misschien wel de klepel hangen maar als de vrouw er niet aan schudt, dan komt er in de meeste gevallen niet veel geluid uit de bel.
Naar ’t schijnt heeft dat te maken met het van nature onevenwichtig samenspel tussen beide mannelijke hersenhelften. Als dat niet goed uitkomt om rustig verder te slapen, dan weet ik het ook echt niet meer.
Vinden jullie een betere reden? Beter niet, want diepere reflectie houdt al te grote risico’s in voor ons zelfbeeld. En van wat moeten wij, mannen, het anders hebben?
Dus: Deugd van de week: ‘nederigheid‘, op de voet gevolgd door ‘”geduld‘.
Nog 7 dagen …

Gisteren las ik een haiku die alles zegt in zeventien lettergrepen:

Hij wacht op zijn lief.
Duizend vrouwen gaan voorbij.
Zij is de mooiste.

uit ‘Dag, Pauwoog’ van Bart Mesotten

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.