De winter zit op een wier

Een paar prachtige voorjaarsdagen en de koude rillingen vielen van mijn rug als waterdruppels van een nieuwe regenjas.
’s Morgens niet meer voorovergebogen en ineengedoken naar het station, maar rechtop. Ruimte voor de longen die gretig de prille lentelucht opsnoven. Mens, wat kan dat toch deugd doen.
Nochthans hing de lente al sedert Lichtmis in de lucht en begon het daglicht met zachte aquareltinten te kleuren. Op de kop één februari dook het wild eendenpaar, dat zich onze vijver nu al een paar jaar als voorjaarsdagverblijf toeëigent, met blote kont het ijskoude water in en het eerste wat ze deden, was uitbundig paren. Om in weer en wind met zoveel goesting rond te kwakkelen, moet je de lente echt wel voelen kriebelen, denk ik dan nuchter en kouwelijk.
En de mol hij ploegde voort
Ook de mol moet de lenteklokken hebben horen luiden, want op enkele dagen tijd ploegde die, als een verloren gelopen ADHD’er, de voorbije weken in alle richtingen mijn gazon om.
Het nieuwe leven duwt en stuwt zich dus letterlijk uit de winter.
Ondertussen eten de schare vinken, mezen, mussen… zich maar verder bol uit het vogelzaadbakje in de tuin. Ik kan amper volgen om het bij te vullen. Wat gaan die gasten doen als het echt lente wordt en mijn voedselshulp staakt? Ach, achter het raam van een verwarmde kamer bekijk ik het filantropisch: ‘Hebben we niet allemaal eens een ruggesteuntje nodig als ’t buiten wintert, of van binnen donker wordt?’.
Maar de ervaring leert: een kort rokje maakt de lente niet. Er valt weer ijzig sneeuwwater en de gure wind snijdt door merg en been. Aan de kopjes van de krokussen te zien, zijn ze hun geduld aan het verliezen. Tja, als allereerste aan iets beginnen, is vaak een nadeel. Ik kan ervan meespreken …
Het voorjaar duwt
Mijn vrouw was de voorbije lentedagen weer niet te houden. Na al die jaren heeft ze geleerd een vent als ik subtiel aan te pakken, de dieselmotor eerst voor te verwarmen. Dat begint met het stilzwijgend bovenhalen en sorteren van de zaadzakjes en mondt steevast uit in de schijnbaar terloops geuite zinsnede: ‘Vorig jaar waren we al twee weken bezig’.
Zondagmorgen, terwijl de ijskou van het sneeuwwater me tot het bot verkleunde, vertrouwde ik de voorgeweekte tuinbonen toe aan de haastig opgeluchte grond. Als dat maar goedkomt.
De winter zit op een wier. Wachten wordt het, wachten op betere tijden.
En wachten is iets wat wij gaandeweg hebben verleerd. Het vraagt wilskracht, geduld en uithoudingsvermogen. Vraag het de Palestijnen maar. Wachten is meer dan een berustende oefening in geduld. Het is een zelfstandig werkwoord. Wachten moet je zelf doen, je kan er geen hulpje voor vragen, er bestaan geen dienstencheques voor.
Doorleefd wachten leidt tot reflectie en verdieping. Gedachten gaan stromen en één gedachte verderop ligt de betere versie van alles. Zoals … na de winter komt de lente.

3 Reacties op “De winter zit op een wier

  1. Pingback: Het blijft een mysterie | Bits and Bites·

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s