Koffietafels

Een column daterend van 28/10/2001, maar nog steeds … actueel

Elk om beurt

Nog drie te gaan en het is mijn beurt, bedacht ik gisteren op de koffietafel toen ik met een nuchtere blik de familieleden overschouwde. De derde mag ik volgens de regels van de kansrekening zelfs niet rekenen. Mijn neef is slechts een klein jaartje ouder, wat is dan nog het kansverschil. Wat betekent nu één jaar in een mensenleven? Je zou van minder stil worden, zo tegen Allerheiligen aan.

Wat vooraf ging

Mijn vader’s jongste broer werd gisteren op achtenzestigjarige leeftijd begraven.
In Machelen en omstreken, gekend als Fé, de plekker.  Zijn vakmanschap zit tot de dag van vandaag verstopt achter het behangpapier of de lagen Levis verf van menige patriciërs- of arbeiderswoning. Opgevreten door reuma strompelde hij naar zijn pensioen toe, slikte de laatste jaren tonnen cortisone welke hem enkel staande hielden als een gebroken schaduw van zichzelf. Belgisch werkpaard geveld door vocht en cortisone … niet geveld op het dampende land of in de warme stal zoals hij het zou hebben gewild, maar tussen de plastic darmen en displays van high-tech ziekenhuisapparatuur.

Op stap

Hoe erg het er ook vaak mee gesteld is, de misviering blijft het makkelijkste ritueel, waarrond familie en vrienden van de overledene zich samen kunnen scharen in het brengen van hun laatste ingetogen groet. Christelijk of niet, het is een diep moment van bezinning en (zelf)reflectie. Een must in iedere onthaastingscursus.
In het ooit landelijke dorp Machelen, nu gevangen tussen Makro, industriezones en snelwegknooppunten, schept men het sarcastische genoegen dit moment zo lang mogelijk te rekken. Althans dat is de mening van mijn vrouw.
“Waar doet men dat nu nog?” mompelt ze onbegrijpend als we achter de lijkwagen lopen, het halve dorp door,  naar het kerkhof.
Een lange stoet van rijen familieleden en vrienden brengen de overledene stapvoets naar zijn laatste rustplaats. Iemand ten grave dragen, betekent nog iets in Machelen.
Ik geef toe dat als je, zoals mijn gezin reeds enige keren ongewild te beurt viel, vlak achter de uitlaat van de lijkwagen moet stappen aan een gemiddelde van twee km per uur, dit een vrij ongezonde bezigheid is die de spirituele bedoeling kan verstikken. Maar al bij al heeft het iets wezenlijks. Ik ben er geboren en getogen. Wellicht weet ik niet beter.

Het onderonsje

Nu we hadden deze keer geluk, het was niet te koud en het regende net niet. De pastoor stond er al, dat is ook niet moeilijk als ‘hij’ met de wagen komt.
Het heeft me steeds verbaasd dat het kerkhofritueel zo snel wordt afgehaspeld, voor je ’t weet, is de pastoor verdwenen. Met ouder worden zoek je niet te ver meer naar verklaringen voor menselijke gedragingen.
Hier is mijn hypothese:
1) het is etenstijd als je op het kerkhof komt
2) de pastoor krijgt warm eten bij de nonnen
3) nonnen hebben een stipte dagindeling, wachten dus niet met eten als het tijd is.
Die stelling bewijst zich als je na een laatste vijfhonderd meter wandeling, zelf hongerig in de herberg belandt waar de koffiekoeken, de pistolets met hesp, kaas of gehakt je schijnen toe te lachen, de koffiegeur je neusorgaan verleidt.
Iedereen gezeten, wordt er in de eerste ronde gretig gebeten, geschrokt, gekauwd en doorgespoeld. Ondertussen wordt er getetterd en gelameerd, zoals wij dat op z’n Machels zo sappig zeggen. Wel, ik vind dit alles nog niet zo dom.
Een traditie die getuigt van veel (volks)wijsheid en van gezond boerenverstand (en boeren zullen de meeste van onze voorouders wel geweest zijn).
Het verdriet dat tot in de keel zit opgekropt terug naar beneden persen met eten en het dan grondig doorspoelen met bier in de tweede tafelronde.
Veel families zien elkaar nog enkel op begrafenissen en hebben heel wat bij te praten.
De koppen komen dichter bij elkaar als de gesprekken zich ontwikkelen, de lach verschijnt en de laatste tranen drogen. Voor er iemand bewust erg van heeft, gaat het leven weer verder z’n gangetje.
Om de één of andere mysterieuze reden overvalt mij dan plotseling een gevoel van verbondenheid, zo van ‘met deze mensen ben ik opgegroeid’.
Nog twee tantes, drie nichten en een neef belichamen een ver verleden. Een zwerm achterneven en -nichten, die ik bij kop noch staart ken, zullen ooit in een verre of nabije toekomst mijn koffietafel bevolken. Blij met de hap en de tap na een vermoeiende wandeling.

Geen gras a.u.b.

Mijn moeder ging geregeld naar het kerkhof, stak dan haar klein gritselke en krabbertje in haar kabas en zette mij, kleine snotaap, achteraan op de fiets.
En een vod natuurlijk … om de grafstenen proper te maken. Eén voor één kwamen ze aan de beurt, onze gestorven familieleden. Ze onderhieldt ze allemaal.
Na een grondige schoonmaakbeurt bleven we bij elk graf even rustig staan, dan werd alles plots zo vredig en stil terwijl ze een Weesgegroet en een Onze Vader prevelde.
Ik kon er donder op verwedden dat ze, bij het naar de uitgang wandelen, me steevast zou vertellen:
“Menneke, als ik er ooit niet meer ben, kan ’t me niet veel schelen wat je met ons huis en meubels doet, maar één ding zou ik echt niet graag hebben en dat is ‘dat er gras op mijne buik zou groeien’.”
Ik ga nog steeds graag naar het kerkhof, uitwaaien als het weer eens nodig is, mijmeren en relativeren, vredig stilstaan bij wie je dierbaar blijft.
Dat van het gras ben ik nog steeds niet vergeten, de Weesgegroet en Onze Vader ondertussen wel.

Niets nieuw onder de zon

Als er nu iets is dat ik geen tweemaal hoef te vragen aan mijn jongste zoon, dan is het wel of hij meegaat naar het kerhof.
Hand in hand door de panden dwalen, stilstaan voor een bekend gezicht, verhalen vertellen over vroeger, warm en week worden in elkaars hand.
Als ik dan zijdelings naar beneden kijk, naar het kereltje dat zo ongeduldig en vol verwachting naar het leven kijkt, dan trekt er een rilling door me heen.
Een existentiële rilling, het besef dat het mijn beurt is de fakkel door te geven.
Jonge scheuten worden voor je ’t weet, ook bomen. En bomen die hoog en sterk willen groeien, hebben diepe wortels nodig.

Een Reactie op “Koffietafels

  1. hoe warm verbindend te zien dat ook anderen de blues krijgen met dit donker winterweer! tot de lente komt en nieuwe levenssappen zowel bomen als mensen, ook de al wat oudere, stimuleren om te groeien en te bloeien. Tot de laatste snik? mijn kerstwens voor jou.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s