Wat doet een olifant met kiespijn?

Enkele weken terug hoorde ik de volgende vergelijking tussen Vlamingen en Nederlanders:
De Nederlander is een kip. Als hij zijn ei voelt opkomen, loopt ie al kakelend naar ’t midden van ’t plein, zodat iedereen hem goed kan horen en zien. Na veel kabaal valt er een moment van stilte, gevolgd door een zacht ‘ploef’geluid. De Nederlander legt een ei. Eén ei.
De Vlaming is een vis. Hij legt veel eieren, maar onder water, niemand ziet ze.
Een vergelijkbaar verschijnsel kom je tegen in de volgende situatie. Je doet een voorstel aan een Nederlander en een Belg. Bij de Nederlander kun je je aan twee soorten antwoorden verwachten:
– Hartstikke leuk, joh, doen we
– Ga je bek spoelen, lul
M.a.w. je krijgt een duidelijk antwoord, als ‘helder’ water.
Van de Vlaming kun je hooguit een grimas krijgen, een rare kinbeweging, die zelfs voor een leek in bodylanguage te analyseren valt als:
“k wee nie, k zal er eens over peize”. Het antwoord van de Vlaming is als troebel bier, eentje waarin te veel droesem rondzwemt.
Net vandaag lees ik op een Nederlandse site: “Nederlanders hebben een goed ontwikkelde lulkoekradar”.

Wij, Vlamingen, hebben dan weer een ‘kikvorsperspectief’: een laag standpunt van waaruit men een situatie of object als een kikvors bekijkt. Wij gaan dan ook zelden de lat te hoog leggen, het is daarboven voor ons te ijl, wij kunnen de vaste grond moeilijk missen.

Nederlanders werken makkelijk samen en uit die productiviteit ontstaat er algemene tevredenheid. Wat ze samen doen, doen ze ook efficiënt.
Wij Vlamingen gaan eerst de tevredenheid verzorgen, wij gaan een paar pinten pakken, sluiten paar compromissen (die nooit werken) en proberen dan samen productief te zijn.

Waarom al deze vergelijkingen?
Op LinkedIn kwam ik gisteren de discussiegroep ‘Ondernemers uit Nederland en Vlaanderen’ tegen, waarin de volgende discussie loopt:
Wie kan me vertellen waarom België zo achterloopt met internettoepassingen?
Mij kwam ter ore dat ruim 50% van de Belgische ondernemers nog geen eigen domeinnaam heeft, laat staan een website. Wie kan dat bevestigen en wie doet er wat aan om die situatie te verbeteren?
Voor alle duidelijkheid: de discussie werd opgezet door een Nederlander en 1 op 7 reacties kwam tot nu toe van een Vlaming. De Nederlanders zien alvast een markt: “Het klinkt alsof dit kansen zou kunnen bieden voor Nederlanders in België; afstand in ontwikkeling, maar fysiek heel dichtbij”.

Het internet is geen digitale vitrine meer, waarin je als bedrijf af en toe eens de versiering verandert. Het is een medium geworden om in dialoog te treden, uit je hok te komen, je ding te zeggen, duidelijk te maken waarvoor je staat. Gebrek aan openheid en transparantie worden er genadeloos afgestraft.
Nederlanders voelen zich in een dergelijke biotoop als een vis in ’t water, zij hebben immers de debatcultuur met de zuigfles meegekregen.
Vlamingen vallen uit hun comfortzone, lurken en denken er het hunne van, schudden effe met de kin én doen wat olifanten doen met kiespijn.

Maar wat als Nederlanders en Vlamingen nu eens zouden samenwerken. Welk optimaal scenario mogen we dan verwachten?
De Nederlanders leggen hun ei bij die van ons, wij broeden ze laag bij de grond veilig uit en soigneren ze. Als er eenmaal de kweek in zit, komen de Nederlanders wat orde op zaken stellen, schalen het boeltje op en slijten het als zoete koek. Daarna drinken we samen met veel goesting een stevige pint. Wij kiezen het bier 😉

Een Reactie op “Wat doet een olifant met kiespijn?

  1. Pingback: Stilzitten en Stilstaan | Bits and Bites·

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s