Kachels van Liefde

Gisteren trok ik naar Hasselt voor een offline meeting met twee FoodLoggers. Een Vlaamse Limburger en een Nederlander met een Vlaamse ziel. Beide sterk gedreven door hun gevoel van rechtvaardigheid. Elk op eigen wijze: Steven met Fair Trade, Peter met een menselijke (bio)landbouw. In een bruin kroegje zochten en vonden we warmte voor een gesprek tussen mensen. Twee woorden uit dit gesprek kropen onder mijn vel: Zorg en Billijkheid.
Dat herinnerde me aan een schitterende column van Bernard Dewulf in de krant ‘De Morgen’ van 2005, waarrond ik toen zelf in de pen kroop.
Over hoe jonge mensen op wereldreis trekken (met de rugzak), bij wijze van spreken tijd kopen op krediet, uit zijn op unieke ervaringen, het gevoel van vrijheid trachten te beleven, na afloop verliefder naar hun vriend(in) kijken én veel willen na-denken. En natuurlijk: meer tijd voor zichzelf. De nieuwe mantra.
Hoe velen naar hun oudjes kijken als verstomde en versteende restjes mensen die nooit in de wereld zijn geweest om meer tijd voor zichzelf en nu oud en versleten dagelijks onbegrijpelijk dicht bij elkaar zitten ‘als kachels van liefde’. Dat sommigen pas later inzien dat ze die unieke ervaring, die onder hun ogen gebeurde, niet hebben gezien”.
Amour pour toujours … Dan denk ik aan: ‘En ze leefden nog lang en gelukkig’. ‘Will you still love me when I am 64?’
Pour toujours … zeggen we zo gemakkelijk. Voor ‘toujours’ moet liefde ‘onvoorwaardelijk’ zijn en bedreven worden als ‘werkwoord’. Het onvoorwaardelijke werkwoord.

Wie kent er nog die halfronde zwarte gietijzeren kolenkachels die moeiteloos een dag en een nacht aan de waggel bleven?
WIJ noemden zo’n ding een ‘feu continu’. En dat omschrijft exact wat die kachel deed: blijven branden. Mits de gepaste, minimale dagelijkse zorg natuurlijk, zoals dat met alles gaat dat zijn tijd moet kunnen dienen. Vroeger ging dat tenminste zo, vandaag moet niets nog lang dienen.
Nu ga je gewoon voor nieuw als er iets defect is of als je ‘t oude beu bent, erop uitgekeken bent.
Die ouwe stoof in gang krijgen met wat krantenpapier en dun gekapt brandhout, niet te vroeg maar zeker niet te laat wat kolen erbij, daar moest je feeling voor hebben. Op tijd eens keuteren om lucht tussen de kolen te houden and last but not least dagelijks de asbak ledigen.
Niet onbelangrijk voor een probleemloze werking bleek de kwaliteit van de kolen. Cokes waren belange niet hetzelfde als anthraciet. Bij aankoop waren de laatste wel kostelijker, maar dat recupereerde je dag na dag door een beter rendement en minder omzien.
De warmte die dat ding uitstraalde, was lijfelijk. Van kop tot teen werd je doordrongen van behaaglijkheid en huiselijkheid. Vandaag zorgt de thermostaat van de cv voor de verwarming. Warmte vragen, betekent gewoon draaien aan de knop. Meer hoef je niet te doen.

Om samen oud te worden moet je vooraf de juiste keuze maken. Je koopt toch ook geen nieuwe wagen uitsluitend op basis van een mooie carosserie. Wat onder de motorkap zit, lijkt mij minstens even belangrijk. Dus de hoofdvraag is: “Is dit een vrouw waarmee ik oud wil worden?”
Ooit hoorde ik, en ik geef het maar mee voor wat het waard is: “Voor je een vrouw tot echtgenote neemt, breng je best een aantal uren door bij de schoonmoeder. Op het beeld van de moeder kan je de vooruitzichten eiken van je oude dag met de dochter.”
Ik hoef me niet direct zorgen te maken, mijn schoonmoeder is een schat van een mens en binnen een week of drie wordt ze negentig. Voor een altruïstisch leven als mens van goede wil vind ik dit meer dan billijk.

2 Reacties op “Kachels van Liefde

  1. Rond Kerstmis mag wat nostalgie 🙂
    alleen: je moet geluk hebben – met de kachel én de partner…
    zowel de kachel als het liefdesleven laten het soms afweten, ondanks zorg en billijkheid.

    Like

  2. Bij ons moeder thuis, stond er ook zo’n kleintje in de “achterkeuken”, terwijl in de voorkeuren er een grote “continue” stond waar de stoofpotjes stonden te pruttelen.
    Bij mijn grootmoeder stond er een grote in de living, een met allerlei deurtjes en die moest dienen zowel als verwarming, alsook als kookfornuis, gistkast voor het brood, oven én in een onderste schuif warmde mijn grootvader zijn “zavatten”.
    De “kolenkitte” gaan vullen was een straf, want gegarandeerd waren je handen én als je wat te rap de kolen in de ketel gooide, kreeg je gegarandeerd een stofwolkje in het gezicht !
    Bij mijn overgrootvader stond er een Leuvense stoof als een standbeeld in het midden van de “eetplatse” … je voeten zolang mogelijk tegen de “buzze” houden was een spelletje … en als het avond kwam, deed men “d”ulle” van de stove eraf om de ruimte te verlichten. Men sprak toen niet van ecologie en duurzaamheid, ook niet van verbinden … dit was gewoon het dagelijkse leven!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s