Het Geluk groeit

Mijn pompoenen zijn er door, ze zijn eindelijk in de was, al heeft het geen haar gescheeld. De schuld treft enkel mezelf, en … ook wel die van mijn eega, want die had ze te vroeg voorgezaaid. Als eind februari de zon een kwartier door de wolken durft te schijnen, dan is ze niet meer te houden. Het is ieder jaar hetzelfde liedje, niettegenstaande mijn bedachtzame pogingen haar wat geduld bij te brengen. Hoe ze het doet, blijft me een raadsel, maar ook dit jaar liet ik me weer vangen aan haar lentekriebels. Al durf ik er geen dag meer op te plakken, het was nog volop april toen de tere plantjes de grote wereld van het kompostbed ingingen. Schraal weer volgde, nog te zwijgen van het ongehoord vorstgedrag om na de IJsheiligen nog door tuindersland te dwalen. Gelukkig kon ik het allerergste voorkomen, dankzij een stapel grote bloempotten, die zich nu nog afvragen waarom ze nachten lang ondersteboven moesten staan. Tja, uit de hand lopende omstandigheden eisen een niets ontziende aanpak.
Edoch, mijn oorspronkelijk dartele pompoenplantjes sloegen geelgroen uit, het jeugdig verdriet druipend van hun plantenlijfjes. Welke schuchtere tuinman kan daar onberoerd bij blijven? Voorzichtig hakken, water en nog eens water, weer hakken, wat bazaltmeel om er samen de moed in te houden en ja, veel positieve klap over grote, struise pompoenplanten. Wat van dit alles heeft geholpen, weet ik niet, dat gaat mijn klein verstand te boven, maar dat het geholpen heeft, dat is een waarheid als een koe.
Je moet al zo blind zijn als een mol om vandaag niet te zien dat ze zich weer kiplekker voelen. Ze blinken van plezier en steken ongegeneerd de borst vooruit. Is het toeval dat tussen mijn pompoenpeuters plotseling, uit het schijnbare niets, grote kolonies paddestoelen de kop opsteken? Neen, volgens mij getuigen zij van het mycelium dat zich blijkbaar spontaan heeft genesteld in mijn kompostbed, en nog op enkele andere plaatsen 😉 Het bovengronds oogstrelend vertoon aan vruchtlichamen toont slechts het topje van de grote ijsberg, dat het mycelium is. Ondergronds, uit-het-zicht en vaak vergeten, heeft het zich goedgemutst met mijn pompoenen bezig gehouden, dankzij een proces van bioremediatie en symbiose. Zie ze daar samen staan, gezellig bij elkaar, als een toonbeeld van coëxistentie.
Dergelijke ervaringen leren me deemoedig dat men het geluk niet hoeft te zoeken. Het geluk, beste mensen, zit elke dag in de tuin, het groeit er dag na dag.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s