Hoe is ’t met de geitjes?

Dit is een licht gewijzigde versie van de column die ik op 21/10/2001 als BeeLine schreef

‘Hoe is ’t met de geitjes?’ is een vraag die jullie wellicht nooit gesteld wordt. Mij wel.
En om meer dan één reden vind ik die vraag vrij vervelend.
Niet alleen omdat men niet vraagt wat ik mag verwachten, nl. ‘Hoe is’t met jou?’, maar vooral omdat die vraag, in het specifieke geval dat ik voor ogen heb, me minstens veertiendaags gesteld wordt, ondanks mijn niet aflatende correcties: ‘Sorry, ik heb reeds 10 jaar geen geiten meer’. Tevergeefs. Ik krijg het er bij sommigen niet uit. Waar het bij hen zit, weet ik niet, ik heb er enkel het gissen naar. Meestal zijn de aanbrengers madammen van middelbare leeftijd. Naar ik vermoed vrouwen in het begin van hun menopauze, dagdromend over baby-kleertjes, rozige peuters en slaapliedjes. Die laatste hormonen vertalen zich in een romantische kijk op de wereld, het overdreven gebruik van verkleinwoorden (zoals in geit-jes), het onbewust beleven van beelden en symbolen, die verwijzen naar het kind-zijn en die in sprookjes wel vaker worden opgeroepen, zoals bijvoorbeeld in ‘De zeven onschuldige witte geitjes’.

Struiken worden ook bomen

Die onschuldige speelse geitjes worden echter ook geiten. Zelfs sneller dan jullie voor mogelijk houden. Die zogenaamde onschuld, die onverklaarbaar diep in de volksmond is geworteld, duurt welgeteld een etmaal. Dat is de tijd dat die diertjes nodig hebben om hun geboorteslijm te verliezen, op te drogen, op vier poten te staan, standepede moeder’s spenen uit te rekken, voldaan enkele uren te soezen om dan met hun ingebouwde radar de gaten op te zoeken van het hok of de omheining. Ik weet er alles van.

Schuldige bokken
De dekperiode is voor de geitenboer een gewichtige tijd. Net zo belangrijk als de lammerperiode. Er is immers geen ei zonder kip.
(Vertaling voor vervreemde stadsmussen: Als de geit niet gedekt raakt, komen er geen lammetjes en valt er dus ook niks te melken).
De voorbereiding en de aanpak zijn hier van levensbelang. De boer moet het kopje gebruiken, de bok de rest.
Zijn er voldoende bokken, zitten hun bloedlijnen goed, zijn ze in goede conditie, welke bok dekt welke geiten?
De aanpak zelf is vrij simpel, kwestie van gezond boerenverstand. Hier zijn enkele gouden regels:
1) Hou doorheen het jaar de geiten en de bokken uit elkaars zicht en geur. (… uit het oog, uit het hart)
2) Zorg voor minstens één nymphomane geit in de kudde (dit is het moeilijkste punt!)
3) Zet één bok bij een dertigtal geiten zodra je de bronst wil starten.
Wat zich dan de volgende zes weken afspeelt voor de ogen van een belangstellende toeschouwer is best vergelijkbaar met een stoomcursus ‘Gedragspsychologie der Sexen’.
Bokken die denken dat het gras aan de overkant groener is en zich dan maar een hersenschudding springen in hun poging de andere kant van de schutting te bereiken, vervolgens afgaan als een gieter en voor de rest van het seizoen moeten getroost worden. En er zijn elk jaar wiens ogen groter zijn dan hun buik. Aanmaningen tot dosering zijn totaal nutteloos. In het geitenhok voelt de bok zich de koning te rijk, met opgekrulde bovenlip geeft hij je het nakijken. Uitdagende geiten, ongelukkig met het aanbod in eigen hok, draaiend met hun kont tegen de schutting, zodat je binnen de kortste keren met twee gefrustreerde mannelijke exemplaren zit. Eentje die wel wil, maar niet mag en eentje die wel mag, maar er niet bij kan.
Na een zes weken durende fysieke en psychische uitputtingsslag, die enkel bij de bokken is waar te nemen, komen de huis-en-tuin geitjes op bezoek.
Zij worden door bereidwillige baasjes met de auto gebracht, gedragen zich meestal als verwende afgeborstelde wichten of hautaine vrouwtjes en hebben er meestal nog weinig zin in als ze de afgeleefde exemplaren merken die hun jaar zouden moeten goedmaken.
Een doorgewinterde geitenboer weet wat er komen gaat. Hij alleen hoort de bokken in koor roepen: ‘Overdaad schaadt!’
Als je aanstalten maakt het hek van een hok te openen, zie je de bewuste bok zich angstvallig verschuilen en hoor je hem gedempt prevelen: ‘Ach neen, toch weer niet ?!’. Een goede boer begrijpt zijn dieren en springt voor hen in de bres:
‘Is die geit wel bronstig, mijnheer ?’ vraag je de trotse eigenaar.
“Ze kwispelde vandaag toch en blaatte heel de tijd” antwoordt hij dan schuchter en onzeker.
‘Volgens mij is het nog te vroeg’ zeg je dan heel overtuigend.
Dat volstaat. Op dat ogenblik weet je gewoon dat de bokken je voor een jaar dankbaar zullen zijn.

De ene geit is de andere niet

Langdale Jane, The Lady of my Midgard herd

Het is allemaal spontaan begonnen met die eerste geit Bella. Ik durf het moeilijk te verwoorden, maar het was liefde op het eerste zicht.
Achteraf gezien en gewogen was dit vreemd, want al mocht Bella er als geit wel zijn, een prachtexemplaar was ze niet.
‘Wat is dan een vlam van een geit?’ vragen jullie zich terecht af.
Een mooie geit, ach mensen, dat beeld zit achter mijn netvliezen gebeiteld.
Een lange geit, hoog op de poten, peervormig zowel achteraan als zijdelings bekeken, een rechte rug, een mooie grote stevig gevormde uier met twee licht naar voor gerichte, niet te lange maar zeker niet te korte spenen, een lange slanke hals, een kop met stevige grote kaken en een edele zelfverzekerde blik.
Ik schaam me niet, op zo een exemplaar zou ik best terug verliefd kunnen worden. Niet als een ouwe bok die nog wel een groen blaadje lust, neen, eerder als een kenner. Als iemand die met verstand van zaken kijkt en bewondert, maar het voor de rest laat voor wat het is. Een professionele wijnproever drinkt immers ook niet, hij neemt een slok en weet wat er in het glas zit.
Als je omzeggens tien jaar meer tussen geiten dan mensen hebt geleefd, dan ken je elke geit bij naam, een glimp van hun kop of uier volstaat.

Het geitendom
Het zal jullie niet verbazen als ik zeg dat er geiten zijn in alle soorten. Ik heb het hier niet over maten of gewichten, kleuren of geuren. Neen, ik bedoel karaktertrekken.
Luie, geniepige, vraatzuchtige, ondankbare, onbetrouwbare, ziekelijke, triestige, ongelukkige, rebelse, brave, schijnheilige, verstandige en domme, persoonlijke, venijnige, ongeduldige,… ze zijn er allemaal.
Maar mij hoor je niet zeggen: ‘Zo dom als een geit’ Zeg dit over schapen als jullie willen, maar niet over geiten.
Betwijfelen jullie mijn stelling ? Neem gelijk welke getrainde schaapherdershond en laat hem zijn kunstjes uitvoeren op een kudde geiten.
Na tien minuten zitten jullie ‘gegarandeerd’ met een zwaar gedeprimeerde en getraumatiseerde viervoeter die voor de rest van zijn dagen waardeloos wordt. Een geit, beste mensen, is te eigenzinnig, daar weet geen hond raad mee.

Leuke dingen voor de mensen
Geitjes, ja dat zijn pas leuke dingen voor de mensen. De harten worden week, de blikken dromerig, de gedachten romantisch. En de geitenboer met zijn geitenwollen sokken keek en zag dat het goed was. Althans zo verwachten de mensen het toch. De baarmoeder-, uier- of longontstekingen, de maag-en darmworminfecties, de acetonemie en abortussen zien ze niet, willen ze ook niet zien. Dat bezoedelt immers het paradijselijk beeld van onschuld.
De geitenboer, hij ploegde voort, zeven dagen op zeven, jaar in, jaar uit. Geen tijd, geen energie meer voor wereldverbeterende vergaderingen.
Na enige jaren rest er nog amper begrip voor salon-intellectuelen en eco-fascisten in wording.
Het leven met de natuur is hard, het maakt je ook hard. Vanop een veilige afstand is dat niet te vatten, niet te beoordelen.

Geitenboer af …
Raak je het ooit kwijt, dat gevoel van verbondenheid, de gang der seizoenen, dat voldane gevoel op ’t eind van de dag?
Dat gevoel, als de geiten hun avondrantsoen hooi uit de voederbak trekken, terwijl je de voedergangen proper keert, om rustend op de borstelsteel voldaan en gelukkig toe te kijken. Geloof me, je kan jaren denken dat je het kwijt bent, maar echt weg is het nooit. Het zit op je harde schijf gebeiteld en dat is maar goed ook. Waardevolle herinneringen zijn er om blijvend gekoesterd te worden.

3 Reacties op “Hoe is ’t met de geitjes?

  1. Pingback: Alles is vergankelijk | BITS and BITES·

  2. Pingback: Zondag of niet | Bits and Bites·

  3. Pingback: Allemaal beestjes | Bits and Bites·

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s