Games people play

De groenteteelt is een der vakken van den tuinbouw waar men, sedert eenige jaren voor den wereldoorlog, buitengewoon grooten vooruitgang heeft kunnen bestatigen. Voor het bekomen der teederste produkten hebben onze groentekweekers eene groote uitbreiding gegeven. Door den dreigenden nood van sommige personen tijdens den wreden wereldoorlog ontstond er een nieuwe soort van kweekers. Talrijke personen hebben zich toegelegd op het kweeken van groenten, zonder dat zij er de minste begrippen van hadden. Doch helaas, het grootste getal heeft veel leergeld betaald zonder eenigen uitslag te bekomen en zij hebben kunnen bestatigen, dat men ook voor dit vak aanleg en grondige kennissen moet bezitten, zoals voor elke andere onderneming.
[Praktische Leergang over Groenteteelt volgens het program der Belgische Tuinbouwscholen, Em. Stappaerts, 1923]

Dit boek lag al jaren te vergelen toen ik het ruim 33 jaar terug uit het ouderlijk huis meenam en op dat eigenste moment besloot: “Da’s nu van mij!”.
Als jeugdige knaap had ik het onplezierige genoegen op de vrije schooldagen mijn vader te vervoegen naar ’t veld. Dik tegen mijn goesting en aardig jaloers op mijn leeftijdsgenoten die geen ‘veld’ hadden. Maar mijn vader was niet iemand waartegen je ‘neen’ zei.
Gelukkig had ik vanaf mijn vijftiende te veel schoolwerk en als er iets was dat voor mijn vader (als het over mij ging) absolute voorrang had op alles, dan was ’t wel studeren.
Bijgevolg kon ik jaren veldvrij door ’t leven gaan.
Ik was nog maar amper voorgoed de deur uit of ik kreeg de onstuitbare goesting om mijn eigen ‘gezonde’ groenten te kweken. Dat valt niet uit te leggen, ik weet het.
Stappaerts’ boek heeft me veel geleerd, maakte me vroeg vertrouwd met groenten die men nu als ‘oude vergeten groenten’ terug uit de kast haalt. Er is niks nieuws onder de zon, alles komt gewoon terug, als je maar lang genoeg wacht.

Sedert eind september volg ik ’s zondagochtends de tuinbouwlessen aan de Wijnpers te Leuven. Reeds zestig jaar worden die lessen ’s zondags georganiseerd voor particulieren die interesse bestatigen in het kweeken der teederste produkten.
Het leerpakket omvat twee jaar en kost vijftien euro per jaar. Dat is hooguit vijftien kilo pattaten, m.a.w. je kunt voor die prijs niet sukkelen. Zowel groententeelt, fruitteelt als sierteelt komen afwisselend aan bod.
Ik heb ze nu niet echt geteld, maar het eerste jaar is toch begonnen met een dertigtal personen. Voornamelijk zestigplus-plussers, vijftigers en enkele vroege dertigers. Meer mannen dan madammen, maar toch meer madammen dan ik zou hebben vermoed. Je kan de cursussen gedrukt en ingebonden kopen, of je krijgt ze gratis digitaal op stick.
Niettegenstaande dit aanbod zitten de meesten iedere week schriften vol te schrijven. Net een bende jonge schoolgrieten die altijd op de eerste rij gaan zitten en de hele tijd met hun hoofd naar beneden liggen te pennen.
Je hebt van die 60++ -ers die, als ze een les hebben gemist, de volgende keer aan anderen hun notities vragen, terwijl die laatsten overduidelijk geen goesting hebben om die een week te moeten missen. Op z’n minst grappig om dit gedrag vanuit de achterste rij gade te slaan. Blijkbaar is ouderdom geen garantie de dagen wijzer door te brengen.
Afgaande op de vragen en reacties lijken er twee hoofdredenen te bestaan waarom die mensen een uitgebreid zondagontbijt laten. De eerste groep beschikt over te veel grond, is het grasmaaien beu en wil een ‘mooie tuin’ en daar horen ook groenten bij, maar daar hebben ze geen verstand van. De tweede groep, duidelijk kleiner in aantal, bestaat uit fanaten en perfectionisten, mensen die de allergrootste en mooist ogende groenten en vruchten willen telen en … die daar alle pesticiden, fungiciden en herbeciden voor over hebben die de markt te bieden heeft. Alleen weten ze niet de welke en daarom komen ze luisteren in de hoop de allernieuwste producten te ontdekken, waarmee ze vriend en vijand de loef kunnen afsteken. Een mens moet zich met iets bezighouden.
Goed, en wat doe ik daar (tussen)?
Wel, ik moet mij ook met iets bezighouden. Of niet?
Ten eerste, Ik kom nog amper de deur uit en om te vermijden ‘helemaal’ mensenschuw te worden, heeft die zondagse onderneming alvast een sociale functie: ik kom eens tussen de mensen.
Ten tweede, er zijn hoe langer hoe minder zaken die mij nog de moeite lijken om aandacht en tijd aan te spenderen. Ik hoef niet meer van straat te geraken, ik hoef mezelf niet (meer) te bewijzen, ik hoef de spelletjes niet meer, fake en kunstmatig plezier kunnen me gestolen worden. Ik wil net minder, meer verkrijgen door minder te (ver)(ge)bruiken. De echt waardevolle zaken liggen in de kleine momenten, in simpele dingen. Zoals in den hof zitten, kijken hoe alles groeit en bloeit, relativeren en rustig worden. ’s Zondags daarover iets bijleren, why not?

Wat deed den boer vroeger op zondag?
Den boer trok z’n beste pak aan en wandelde naar zijn akkers. Volgens mij niet enkel om te kijken of alles wel groeide zoals ’t moest, maar ook om ongestoord, in alle rust, de tijd te nemen om stil te staan bij de (gang der) dingen. Een zondagse oefening ter bevordering van het gezond boerenverstand.
Wat mij betreft een verplicht levensvak voor jong en oud.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s