Een Pernod of een Ricard?

Pastis

Pastis is een aperitief op basis van steranijs en kruidenextracten, dat met name in Frankrijk populair werd na het verbod op absint. Het alcoholpercentage ligt tussen de 40% en 45%. Voor consumptie wordt er koud water aan toegevoegd, waarbij de karakteristieke troebeling ontstaat.

Absint werd voor het eerst commercieel geproduceerd door Henri-Louis Pernod in 1805. Hoewel van oorsprong een volksdrank, werd absint in de 19e eeuw vooral populair onder kunstenaars, die het de bijnaam De Groene Fee gaven (als belangrijke bron van artistieke inspiratie). Deze veronderstelling heeft ongetwijfeld bijgedragen aan de mythe rond de psychoactieve effecten van absint.
Absinthe-glass

Enkele beroemde absintdrinkers zijn Vincent van Gogh, Charles Baudelaire, Guy de Maupassant, Édouard Manet, Oscar Wilde, …
Absint werd in het begin van de 20e eeuw in diverse Europese landen verboden, wegens de vermeende hallucinogene werking en neurotoxiciteit van het bestanddeel thujon.
Als surrogaat ontwikkelde de firma Pernod zijn beroemde anis, feitelijk een absint zonder alsem, waarin de kruidenextracten niet door distillatie maar door maceratie werden verkregen. Bij maceratie laat men het gedroogd plantaardig materiaal trekken in alcohol, waarna er vervolgens wordt gefiltreerd .
Tegenwoordig is absint weer toegestaan in de Europese, Unie, zij het dan met een maximale concentratie thujon welke 25 maal lager ligt dan oorspronkelijk.
Een anijsdrank die door distillatie wordt verkregen, wordt geen pastis, maar anis genoemd (met Pernod als bekendste voorbeeld).

Als ik in de zomer al eens op een terrasje beland, bestel ik graag een Ricard. Het geeft me het gevoel op vakantie te zijn in Frankrijk, het laat me mijmeren in Provençaalse dagdromen.

m.ricardMoleculair-bioloog Matthieu Ricard (1946), werkzaam in het befaamde Pasteur Instituut met drie Nobelprijswinnaars, besluit boeddhistisch monnik te worden. Zijn vader, de Franse filosoof Jean-François Revel (geboren als Jean-François Ricard) , is ‘nogal teleurgesteld’ dat zijn zoon zomaar zijn wetenschappelijke carrière opgeeft. Twintig jaar later trekt vader Revel naar Hatiban, een plaats in de bergen van Nepal. Daar voeren De Monnik en de filosoof een goed gesprek over wijsheid en wetenschap, een gesprek dat zich vertaalt in een boek met gelijknamige titel.

Dat komt me bekend voor, niet dezelfde situatie natuurlijk, maar duidelijk vergelijkbaar. Mijn vader kon het ook niet verkroppen dat ik mijn wetenschappelijke opleiding aan de Unief stop zette en nam toen nogal drastische maatregelen. Hij zette mij furieus het huis uit. Na enkele maanden kon mijn moeder hem zodanig bespelen dat ik terug op bezoek kon. Wat moeders lijden kunnen … Vijftien jaar later kwam hij wekelijks naar me toe om me met allerlei klussen in en rond de boerderij te helpen. Achteraf bleek dat hij de krantenknipsels verzamelde die verschenen over ‘Geitenboerderij De Midgard’.

Tel daar nog eens 20 jaar bovenop en het verhaal herhaalt zich. Ik heb nu ook zonen, en op een paar jaar na hebben zij nu de leeftijd die ik had, toen ik mijn leventje volledig in vraag stelde. Het heeft me ‘jaren’ gekost mijn eigenste ding te vinden, iets om vol passie het beste van mezelf in te leggen. Spijt? Neen. Was het makkelijk? Zeer zeker niet. Was het de miserie en de moeite waard? En of. Was mijn opleiding nuttig voor mijn verhaal? Het zal niet zijn, éénmaal onderzoeker, altijd onderzoeker. Wat zou het leven zijn zonder (onder)zoeken, als alles reeds geweten was of voorgekauwd ter beschikking stond? Een sleutel-op-de-deur-leventje …

Mijn zonen zijn ook op zoek, misschien gaan zij al zoekende ook recht door de bocht. Zal ik in hen ‘nogal’ teleurgesteld zijn? Geloof me, no way! Liever een bende geiten, dan een kudde schapen! Als ze trouw blijven aan hun waarden en het dromen niet laten, zullen ze ongetwijfeld hun passie vinden. De daadkracht om er voor te gaan, schop ik er dan met vaderlijke warmte wel in 😉

—–

De geïnteresseerden kunnen Matthieu Ricard hier geïnspireerd bezig zien.

flying-monks

Habits of Happiness (2008)

What is happiness, and how can we all get some? Buddhist monk Matthieu Ricard has devoted his life to these questions, and his answer is influenced by his faith as well as by his scientific turn of mind: We can train our minds in habits of happiness.

Change your Mind Change your Brain: The Inner Conditions for Authentic Happiness (2007)
If happiness is an inner state, influenced by external conditions but not dependent on them, how can we achieve it? Ricard will examine the inner and outer factors that increase or diminish our sense of well-being, dissect the underlying mechanisms of happiness, and lead us to a way of looking at the mind itself based on his book, Happiness: A Guide to Life’s Most Important Skill and from the research in neuroscience on the effect of mind-training on the brain.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s